Foto Groenesteeg

 

Welkom bij de historische begraafplaats Groenesteeg te Leiden

Een van de vredigste plekjes in de Leidse binnenstad is de begraafplaats Groenesteeg. De begraafplaats is in 1813 gesticht op een van de bolwerken van Leiden.

De komende periode zijn er de volgende activiteiten:

13 oktober, 14:30 uur: Lezing “De dames Van Gogh”
3 november 14:30 uur: Muzikaal optreden in het kader van Allerzielen
8 december 14:30 uur: Voordracht “Vrouwen over Rembrandt” door Dik Kompier

 

De aula van de begraafplaats is 30 minuten voor aanvang van de activiteit geopend.

 

DANK monument onthuld.

okt 2018

Foto Guido Geelen

Op dinsdag 16 oktober 2018 is het DANK Monument onthuld door burgemeester Henri Lenferink en Prof. Pancras Hogendoorn in het bijzijn van nabestaanden en belangstellenden. Dit monument is ter nagedachtenis aan de mensen die hun lichaam beschikbaar hebben gesteld voor de wetenschap.
Het monument is een initiatief van de afdeling Anatomie en Embryologie van het LUMC. Zij vonden dat er een gedenkmonument moest komen voor de mensen die hun lichaam doneerden en voor hun nabestaanden. Als iemand zijn lichaam doneert voor de wetenschap dan is er voor de nabestaanden geen plek om te gedenken. Het gedoneerde lichaam moet binnen 24 uur bij het LUMC zijn. De nabestaanden hebben dan weinig of geen mogelijkheid om afscheid te nemen.
Het monument is ontworpen door Guido Geelen en bestaat uit een bronzen ontwortelde es, gesteund door drie palen. De ontwortelde boom is in zijn geheel afgegoten in brons. Gelijk het lichaam, dat van nut kan zijn nadat het afgestaan wordt voor de wetenschap, krijgt de boom een tweede leven en dient als object voor het gedenken.
De initiatiefnemers vonden de Historische Begraafplaats Groenesteeg een passende omgeving voor het DANK monument.

Geschiedenis van de begraafplaats
(Wilt u de volledige versie lezen van de geschiedenis van de begraafplaats, geschreven door Lodewijk Kallenberg, klik dan hier).

Begraven in Leiden tot 1813

In de Middeleeuwen ontwikkelde Leiden zich vanuit de Burcht tot een stad langs de Rijn. Kerken en kloosters werden gesticht, ieder met hun eigen kerkhof. Rijke burgers (‘rijke stinkerds’) konden het zich veroorloven in de kerken zelf begraven te worden. Na de pestepidemie van 1635 was er meer ruimte nodig voor het begraven en werden begraafplaatsen op enkele bolwerken ingericht. 
Dit bleef zo tijdens de Franse tijd (1795-1813), waarin steeds meer Franse wetgeving van kracht werd. Een van die wetten verbood in Nederland, met ingang van 1813, het begraven in kerken. Eind 1812 werd daarom in Leiden besloten om een begraafplaats te stichten op het Nieuwe Bolwerk, aan het einde van de Groenesteeg.

De periode 1813 - 1859

Begin 1813 werd het Nieuwe Bolwerk ingericht als begraafplaats. Op 9 maart van dat jaar was een tiental graven klaar en tien dagen later vond de eerste begrafenis plaats van de pas 10 maanden oude Hester Willemina van Dissel. In 1813 werden nog 10 andere personen begraven. Tegen het einde van 1813 was de Franse overheersing voorbij en kwam prins Willem Frederik van Oranje, de latere koning Willem I, aan de macht.

 Deze Willem besloot dat er weer in de kerken mocht worden begraven, waardoor het aantal begrafenissen op Groenesteeg drastisch daalde. Tussen 1814 en 1828 waren dat er slechts 31. Echter, krachtens een Koninklijk Besluit, mocht met ingang van 1 januari 1829 definitief niet meer in kerken begraven worden. 
Ook werd bepaald dat het beheer en de administratie, inclusief de inkomsten uit de begrafenisrechten, een zaak werd van de gemeenten. Omdat daardoor de Hervormde Kerk inkomsten zou mislopen, werd besloten dat deze gemiste inkomsten door de gemeente Leiden moesten worden gecompenseerd.
Stadsarchitect Salomon van der Paauw kreeg de opdracht om een ontwerp te maken voor zowel de begraafplaats als de woning van de doodgraver. Zijn ontwerp was gebaseerd op de Engelse landschapsstijl. De huidige situatie is in feite niet veel anders dan het ontwerp van Van der Paauw.  
Per 1 juli 1829 konden alleen nog graven worden gekocht, niet meer gehuurd. In 1838 werd door de gemeente Leiden een verzoek van de Hervormde Kerk ingewilligd om de administratie en het beheer van de begraafplaats weer te mogen voeren. De gemeente bleef wel de eigenaar van de begraafplaats.

Plattegrond Leiden 1827

Plattegrond van Salomon van der Paauw uit 1827 met daarop de begraafplaatsen op vijf bolwerken (Rhijnsburgerpoort, Marepoort, Heerenpoort, Zijlpoort en het Nieuwe Bolwerk bij de Groenesteeg).

In 1856 diende de Hervormde Kerk, vanwege een aanzienlijke terugloop aan kerkelijke inkomsten, een verzoek in bij B&W om de begraafplaats ook in eigendom te krijgen. Na ruim twee jaar besloot de Leidse gemeenteraad dit verzoek in te willigen en op 18 februari 1859 tekende B&W een overeenkomst, waardoor de begraafplaats Groenesteeg, inclusief de aula en de Laatste Brug, in eigendom werden overgedragen.
In de periode In 1813-1859 zijn er in totaal 2858 personen op Groenesteeg begraven, slechts 41 in de jaren 1813-1828, 775 in de volgende tien jaar (1829-1838) en 1042 in de daaropvolgende twintig jaar (1839-1859).

De periode 1860 - 1910

In 1860 werd toestemming gegeven om de begraafplaats uit te breiden met het stuk grond dat vanaf het bolwerk naar de hoek Zijlsingel/Nieuwe Rijn loopt. De hortulanus, de heer Heinrich Witte, maakte een ontwerp voor dit nieuwe deel van de begraafplaats. 
Tussen 1860 en 1864 werd begraven in een klein nieuw deel van vak D. Vanaf 1864 werden ook de rest van vak D en de nieuwe vakken C en G in gebruik genomen. In 1867 werd het toegestaan om staande zerken, zogenaamde stèles, te mogen plaatsen.
In 1879 werd, omdat steeds meer nabestaanden een monument op een graf wilden plaatsen, een voorstel aangenomen om daarvoor een jaarlijkse bijdrage van ƒ 1,- te heffen. Veld A1Tussen 1881 en 1885 zijn nog 30 extra graven aan de zijkanten aangelegd.
 Tussen 1890 en 1900 werd de begraafplaats verder uitgebreid met de vakken A1, H, J en K. In deze jaren was er ook sprake van overlast en het beschadigen van eigendommen. Om dit tegen te gaan werd de grafmaker Hendriksen benoemd tot (onbezoldigd) rijksveldwachter. 
In het eerste decennium van de twintigste eeuw raakte de begraafplaats vol. In 1908 kocht de Hervormde Gemeente het landgoed Rhijnhof om een nieuwe begraafplaats aan te leggen. In 1910 werd Rhijnhof geopend en werd besloten dat er op Groenesteeg geen nieuwe graven meer mochten worden gekocht; wel kon er begraven worden in reeds gekochte graven. In de periode In 1860-1910 zijn er in totaal 2401 personen op Groenesteeg begraven, gemiddeld één per week.

Het laatste vak A1 met keldergraven

De periode 1910 - 1982

Nadat Rhijnhof was gesticht kwam er een discussie op gang of de andere begraafplaatsen, waaronder Groenesteeg, niet gesloten moesten worden. Deze sluiting ging ten slotte niet door om daarmee te voorkomen dat er schadevergoedingen wegens verkorting van verkregen rechten aan belanghebbenden moest worden betaald. Toch werd dit onderwerp niet met rust gelaten. In 1927 was er sprake van een nieuwe verbindingsweg tussen de binnenstad en de Zijlsingel, dwars over de begraafplaats die daarvoor zou moeten wijken. Dit plan ging gelukkig niet door. 
In 1931 is het knekelveld aangelegd, waarnaartoe ook de stoffelijke resten van andere Leidse begraafplaatsen, die werden opgeheven, werden overgebracht. De begraafplaats Groenesteeg raakte in verval omdat grafmaker Hendriksen, die inmiddels ruim 70 jaar oud was, het werk niet meer aankon. Geld voor een opknapbeurt was er eigenlijk niet, maar in juni 1934 werd besloten om - op zo goedkoop mogelijk manier - de begraafplaats weer in orde te brengen en ook de woning van de grafmaker op te knappen en van elektriciteit te voorzien. In 1937 werd Hendriksen als grafmaker opgevolgd door Van Hooven.
De discussie over het sluiten van de begraafplaats in verband met een eventuele verbinding van de binnenstad naar de Zijlsingel laaide opnieuw op. In 1938 is zo’n brug er toch gekomen: de Weversbrug, echter niet over de begraafplaats maar direct naast de Meelfabriek.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon Rhijnhof soms niet worden gebruikt en werden overleden personen in het massagraf op Groenesteeg tijdelijk begraven. Deze werden later overgebracht naar Rhijnhof.
Het college van kerkvoogden besloot in 1969 om de begraafplaats op korte termijn te sluiten. Eind 1975 was het  zover dat de begraafplaats werd gesloten. In 1978 werden zowel de begraafplaats als de aula rijksmonument.
Ook speelde in 1978 een voorstel van de gemeente Leiden om het terrein aan de Groenesteeg te ruilen tegen een uitbreiding van Rhijnhof. De monumentale status verhinderde de realisatie van dit plan.
Op 13 januari 1982 werd de notariële akte opgemaakt van de verkoop van de begraafplaats Groenesteeg door het College van kerkvoogden van de Hervormde Gemeente aan de gemeente Leiden. De verkoopwaarde van de begraafplaats en de aula was ƒ 148.808,-. Tussen 1910 en de sluiting in 1975 zijn 709 personen begraven, ongeveer 11 per jaar. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd er nauwelijks meer begraven op Groenesteeg.

Begraafplaats Groenesteeg 1975

Sluiting van de begraafplaats (1975)

De periode 1983 tot heden

Na de sluiting van de begraafplaats werd het rustig en was het verval nauwelijks nog te keren. Het echtpaar Van Hooven bleef de aula bewonen. In 1988 overleed Nico, zijn vrouw Dora in 1990.  
Een aantal burgers, verontrust over de slechte toestand waarin de begraafplaats verkeerde, richtte op 30 maart 1989 een werkgroep op, die plannen maakte om de begraafplaats weer in oude luister te herstellen. Op 11 maart 1992 werd de werkgroep omgezet in de ‘Stichting tot instandhouding van de begraafplaats Groenesteeg Leiden’. De vernielingen gingen intussen onverminderd verder.
Eind 1992 nam de Leidse gemeenteraad het formele besluit tot het restaureren van de begraafplaats en de aula. . De gemeente liet het architectenbureau Braaksma & Roos uit Den Haag een restauratieplan opstellen. Ook het bureau Copijn, gespecialiseerd in het onderhoud van bomen, werd bij de plannen betrokken. De restauratie van de begraafplaats werd tussen 1993 en 1995 uitgevoerd door het aannemersbedrijf Den Hertog.

Aula vlak voor de restauratie (1993) 
Aula vlak voor de restauratie (1993)

In 2006 scheelde het weinig of de begraafplaats en de aula waren overgegaan naar de Stichting Hendrick de Keyser. Uiteindelijk ging de verkoop niet door omdat de gemeente dit monumentale erfgoed uit cultureel-historisch belang toch niet wilde kwijtraken. Desondanks bleef de aula wel op de lijst van te verkopen panden staan.

In 2013 bestond de begraafplaats 200 jaarHerbegrafenis’ Diederik van Leyden Gael, wat herdacht werd met een jubileumboek, een speurtocht voor schoolkinderen, een theatervoorstelling en de herbegrafenis van de ‘redder van Leiden’, Diederik van Leyden Gael. Deze laatste activiteit werd door 15.000 toeschouwers gadegeslagen. 

 

Na de grote restauratie in de jaren 1993-1995 was het in 2014 nood-
zakelijk opnieuw een restauratie uit te voeren. Naast de graven zijn ook de grafhekjes, de nummerpaaltjes en het groen meegenomen in de herstelwerkzaamheden. Het architectenbureau Braaksma & Roos werd gevraagd het restauratieplan op te stellen. De restauratie zelf is uitgevoerd door Steenhouwerij Maarssen uit Utrecht.

 

Actueel

Klik hier voor de laatste nieuwsbrief.

Plattegrond
Klik hier voor de plattegrond van de begraafplaats.

 

Adres
Groenesteeg 126
2312 SR Leiden